Sinds anderhalf jaar ben ik buddy. Als buddy ben je een jaar lang vrijwillig eens per week bij iemand die dat om verschillende redenen nodig heeft. Chronisch ziek, gehandicapt, terminaal, eenzaam, of een andere rede. Ik ben nu een jaar een buddy geweest en begin binnenkort weer bij iemand anders.
Ik krijg heel vaak verschillende vragen of opmerkingen hierover: heb je daar tijd voor? Kun je dat? Wat goed, ik zou dat niet kunnen, etcetera. Hier mijn verhaal, vanuit mindfulness.
Het is heel leerzaam om eens in het leven van een vreemde te duiken, het geeft je veel inzicht in hoe je zelf je leven leidt, wat je bezit en wat jouw ‘normaal’ is. Iemand die ziek is, hoef je niet zielig te vinden. Vaak zijn het mensen die hebben leren omgaan met hun ‘positie’ in het leven. Of ze zoeken een manier en willen daarom hulp (maar geen medelijden) van een buddy. Je stelt jezelf open, zonder oordeel. Het werkt heel bevrijdend. Tijd maken kan altijd, het is maar net waar je de voorkeur aan geeft. Het werkt zelfs heel bevrijdend. Dat is één van de mooiste dingen die ik heb gemerkt. Op dat dagdeel ben je bevrijd van je to-do-lijstje, van je zorgen en je drukte. Je laat alles los en bent er helemaal voor de ander. Soms is het best spannend, maar ik merk dat een ongemakkelijke stilte, niet meer ongemakkelijk is als je ontspannen achterover leunt. Er komt dan vanzelf op een natuurlijke manier een verhaal, of er gebeurt iets. Zo creëer je ook meer ruimte voor de ander. Je moet erop vertrouwen en de rust hebben dat je altijd wel iets voor een ander kan betekenen. Soms heeft iemand alleen een glimlach nodig of iemand die een maaltijd mee-eet. Het is vertrouwen op verbinding, hoe anders iemand of iemands leven ook is. Het is je grenzen kennen en oprecht zijn.
Je kunt het natuurlijk ook in het dagelijks leven als doel stellen. Misschien een boodschapje voor de oude buurvrouw, een wandelingetje met een gestreste collega in de pauze? Ik raad het iedereen aan!

