Blog: Hoe het verder ging

Toen wij in Leidsche Rijn kwamen wonen, was er eigenlijk nog niets. Maar er hing van alles in de lucht, dat voelde je gewoon. En dat hielden we elkaar ook steeds voor. Dat was hard nodig. Anders zou je namelijk zo in een vinexdepressie kunnen schieten. Want eerst leef je 2 jaar toe naar de dag dat je je eindelijk kunt vestigen in je spiksplinternieuwe stulp. En dan zit je er binnen en kijk je tevreden om je heen, maar blijkt er buiten die gelikte stulp gewoon niets te zijn. Je tuin bestaat uit een paar vierkante meter bouwgrond met onkruid. De straten zijn als het mee zit aangelegd, maar anders zandweggetjes. Je hoort geen vogels maar bouwverkeer. Je ruikt geen bloemen of nat gras, maar cement en de penetrante lucht van de DE-fabriek.

En loop je dan je zandweg uit, dan heb je nog niets. De dichtstbijzijnde winkel is het tuincentrumpje van Vernooy. Je houdt je vast aan een beetje gezelligheid van oude dorpsresten van Vleuten en De Meern. En zo leer je blij te worden van weilanden, de Groene Dijk, een oude kersenboomgaard, en een noodsupermarkt. Maar de kunst is wel om weer niet al te gehecht aan die dingen te raken. Want kenmerkend voor een Vinex is dat het langzaam maar zeker zal verdwijnen en ruimte zal moeten maken voor nieuwe betonblokken.

Om elkaar en het straatbeeld een beetje op te fleuren, zorgen we er in rap tempo voor dat ons inwoneraantal verdubbeld. De ene babyvlag verschijnt na de andere aan de gevels. Bij gebrek aan wildlife plaatsen sommigen dan nog een opblaasooievaar in hun tuin. De pret is van korte duur, want de gemeente had hier even niet op gerekend, en er ontstaan overspannen wachtlijsten voor kinderopvang en sportclubjes. Omdat we dit van elkaar weten schrijven we een paar weken na de conceptie massaal onze kinderen in bij alle dagverblijven, zwemlessen, voetbalclubs en hockeyverenigingen in de omgeving. Om vervolgens af te wachten welk lot uit de loterij we krijgen.

Maar als je lang genoeg volhoudt, zeg maar een vinexsurvivor bent, dan krijg je vanzelf te zien wat er nog meer in de lucht hing. De vogels komen terug. Er onstaat een prachtige overzichtelijke wereld met gloednieuwe winkels, bibliotheken, restaurants, kinderclusters en cultuurcentra. De geur van gras komt uit prachtig aangelegde parken. De stofwolken van bouwzand dalen neer. En omdat kleine kinderen groot worden krimpen er al weer scholen. Dankzij crisis en overheidsbeperkingen voor financiering van kinderopvang, lopen de dagverblijven vanzelf weer leeg. En een aantal ouders en kinderen blijken ook genoeg te hebben aan de Wii-sport, dus als je geluk hebt kan je kind ook nog wel bij een vereniging. Dat het misschien niet helemaal een reƫle afspiegeling van de maatschappij is op sommige plekken in Leidsche Rijn dat vergeet ik voor het gemak nu even. Als ook dat er later onvermijdelijke barsten komen in al dat prille vinexgeluk. Want een beetje vinexsurvivor kan dat hebben, en ik woon hier nu eigenlijk best wel heel erg lekker!

Ingrid Koppelaar

4 gedachten over “Blog: Hoe het verder ging”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven