Het is vakantietijd. De tijd van heerlijk ontspannen. De tijd van vragen als: wat doen we met de katten? Is mijn paspoort nog geldig? Waar zijn de reispapieren? Zijn we nog verzekerd? Zijn de deuren goed op slot? Is het gas echt wel uitgedraaid? Weet je zeker dat je de buren hebt ingelicht? Wat is het nummer van de ANWB? Springen de lampen echt wel aan om tien uur ’s avonds, zodat inbrekers denken dat we thuis zijn? Wat doen we met oma? Komt de buurjongen van nummer 19 echt wel de planten water geven? Hebben ze in Frankrijk dezelfde euro? Is de bandenspanning nog wel in orde? Kortom: een tijd van ontspannen.
Lekker met de kinderen naar zon-overgoten Frankrijk. Op Zwarte Zaterdag (He? dat was toch een week eerder?) in de file. Een paar uur. In een snikhete auto, zonder airco, zonder vermaak voor de kinderen (die kennen alle Donald Duckjes al en zijn uitgeloomd, zitten nu mokkend elkaar heel erg te negeren) samen met je vrouw die zei dat je linksaf had gemoeten, terwijl jij zeker weet dat rechts stond aangegeven en je nu moet toegeven dat zij eigenlijk wel gelijk had. En een kind dat moet plassen. En een nachtelijke stortbui, waardoor je je plotseling herinnert waarom juist deze tent zo opvallend ver achter op zolder lag en waar die vreemde gaten in het zeil voor dienden. Nee, vakantie, daar kijk je een heel jaar naar uit.


Renate Nagtegaal liked this on Facebook.