Blog: Kreperen

“Dus jij gaat 3 weken kreperen op een camping?” vraagt een vriend. In je klapkar? Nou jij liever dan ik! Hij gaat naar Toscane. In idyllische hotelletjes ofzo.

En ik geef toe dat ik ook echt heel goed tot mijn recht zou komen in een villa met een privézwembad, omringd door oleanders, platanen en misschien een slordig geplant palmboompje hier en daar. Of een bananenboom. Maar daar krijg ik Mijn Lief en mijn mannen niet warm voor.


Advertentie:

Dus het werd een camping, ergens in de Pyreneeën deze keer. En omdat ik toch altijd met een fijn gevoel terug kijk op dat soort vakanties maar het lastig uit te leggen vind aan de genen die het steevast kreperen blijven noemen, besloot ik deze vakantie eens extra goed op te letten wat het nou zo leuk maakt.

De aanloop er naar toe is het niet. Hoe handig ik er inmiddels ook in ben, voor 3 weken -en alle omstandigheden- kampeeruitrusting bij elkaar zoeken is geen sinecure. De weg er naar toe maakt me ook niet gelukkig. 2 dagen in de auto, geen parkeerplek kunnen vinden langs de autoroute, constateren dat het eigenlijk hetzelfde is als de loterij winnen als je ergens een gastank vindt die werkt. In België maken ze er helemaal een kansspel van: of je vooraf wilt gaan betalen, en dan even gokt voor hoeveel je denkt te gaan tanken. Betaal je te veel dan krijg je het wel gewoon terug, moet je alleen even achter aan sluiten in de rij. Als ik wil gokken ga ik wel naar een casino. Halverwege Frankrijk ben je die frustratie wel weer kwijt, maar ik begrijp de mensen niet die roepen dat de vakantie al begint zodra je de deur achter je dicht trekt.

Kamperen of kreperenBij mij begint die halverwege de derde dag deze keer. Als ik met een ijskoud drankje voor mijn tent zit. Mijn tenen in het gras, mijn kinderen niet te bekennen zijn omdat ze nieuwe vrienden hebben om mee te spelen, en als ik de vermoeidheid van de reis en de stress van daarvoor voel wegwaaien met het koele briesje. Misschien ga ik zo zwemmen, misschien pak ik ook wel een boek. Misschien valt de plop wel vroeg vandaag: iets met rosé ofzo. Niets moet. Later zal ik actiever worden. Wandelen, zwemmen, badmintonnen, stadjes bekijken, beetje creatief zijn, en spelletjes spelen met mijn kinderen. Dat is vakantie.

Maar dat kan die vriend van mij natuurlijk ook in zijn appartementje in Toscane. Dus wat maakt dan dat ik denk dat ik meer vakantie heb? Vrijer ben? Op de camping doe je dingen die je nergens anders doet. Ik niet tenminste. En dan doel ik niet op de geijkte schaamtewandeling met de wc-rol. Hoewel die mooi roze zijn in Frankrijk en wij steevast de grap maken “Ik zeg niet wat ik ga doen!” terwijl we met de wc rol zwaaiend richting toiletgebouw lopen. In de rij staan met je afwas is niet leuk, maar het praatje met je afwasbuuf dan meestal weer wel. Campingwasjes in de wasruimte niet, maar de buurman die lyrisch is over zijn campingwasmachine (een soort grote slacentrifuge) toch wel. Het is dat ik niet manipulatief ben, maar ik had het gerust zo kunnen spelen dat hij mijn handdoeken in 1 moeite ook even meedraaide. Ik denk dat het de toegankelijkheid van mensen is op een camping. Je levert vrijwillig en automatisch een stukje privé in, en niemand doet daar moeilijk over. Ik zie er zelfs de humor wel van in. Mannen die schaamteloos na het douchen in hun strakke slip richting tent lopen, toilettas onder de arm. Die mevrouw die met haar opblaashemaworst over de camping slentert richting zwembad. Iemand die ligt te snurken in zijn hangmat. Een wasrek dat omwaait en dat je dan roept: “Nou die buren laten het ook maar waaien allemaal”. Dat je je zelf in combinaties rond ziet lopen (een zwart wit gestippeld rokje met een blauw superman t-shirt) waar je normaal niet mee de deur uit gaat maar waar je je nu prima in voelt). Dat je Lief de kinderen om 22:30 uit hun bed plukt om sterren te kijken. Dat is het hem. Dat soort dingen doe ik niet in een hotel. Ik kan los laten op een camping, wat me elders niet zo goed zou lukken. Dat kun je, los van het feit dat je sowieso een geluksvogel bent als je 3 weken op vakantie kunt op geweldige plekken, met geen mogelijkheid kreperen noemen. En ik denk aan mijn vriend, die eens fijn gaat kramperen in Toscane. Hij zal het heerlijk hebben. Maar weet niet wat hij mist….

Ingrid Koppelaar

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *