Blog: Bottenwerk

29 oktober 2016 19:00  Redactie  3 reacties

Ik heb een kleine Freek Vonk gebaard. Het ging per ongeluk. Of beter gezegd: automatisch. We hebben er niet bewust iets aan gedaan om hem liefde voor dieren bij te brengen. Al zo klein als hij was zag hij insecten voordat wij ze zagen. Als dreumes kon hij uren in het gras liggen en kijken hoe de mieren zich voortbewogen. En in de kleutertijd waren zijn lievelingsboeken die over dieren. We deden geen gewoon kwartet maar het dierenweetjeskwartet en een beestenmemoryspel. Voor zijn 7e verjaardag was de liefste wens een vogelgids. Op zijn achtste gaven we een reptielenfeest. En nu zie ik op zijn zoekgeschiedenis dat er meer dierenfilmpjes gekeken worden dan kanalen van de bekende vloggers.

Ik begrijp hem. De natuur is mooi! En dieren zijn puur. In al hun dierlijkheid toch vaak liever dan mensen. En als rekenen en spelling je ontstellend veel moeite kosten, dan is het heerlijk rustgevend terug te gaan naar die basis. Wonderlijk genoeg, wordt alle informatie die met dieren te maken heeft wel heel goed opgeslagen in zijn brein, dat inmiddels een kleine dierenwikipedia is. Maar ik kan de liefde maar tot op zekere hoogte volgen. Mijn grens ligt bij, of vlak voor, de bottenverzameling.

foto-blog-mol

Want het blijft natuurlijk niet bij mieren en lieveheersbeestjes. Die zijn interessant. Maar niet cool. Daarom hebben we nu wandelende takken en hadden we ooit een meikever in huis. En verzorgen we vrijwillig dieren op een dierenweide. Maar er komt altijd een dag, dat een jongen ergens een dood dier vindt. Of een braakbal. En die moet uitgeplozen worden. De botten geanalyseerd, maar vooral zorgvuldig bewaard. Ok, het is een jongen en ik snap nog enigszins dat die geen last hebben van de penetrante geur en dat het gewoon stoer is om te hebben. Net als een stuk slangenhuid, een haaientand en een geitenschedel. Maar met de staart van een hagedis heb ik meer moeite. (“Gaat dat niet rotten?”). En de platgereden uitgedroogde zwarte pad heb ik stiekem weggegooid. (“Nee ik weet echt niet waar hij is, ik denk dat een vogel hem mee genomen heeft”). Want als het aan hem ligt maken we er een boekenlegger van. Maar ik zie hoe blij hij er van wordt. Intens geluk met een stralend gezicht.

Misschien daarom, omdat ik het hem zo gun en ik hem zo zie worstelen met andere dingen in het leven, deed ik enthousiast toen hij een kip zag pikken in de resten van een dier. “zo schattig mam! Ik zie een soort handjes!” We kwamen tot de conclusie dat het onbestemde hoopje dierenresten van een mol was die het al een tijdje niet meer deed. “Die mag zeker niet mee naar huis van jou hè mam. Ik zou het wel heeeeeeel graag willen. Voor bij mijn bottenverzaaaameling”. En op een zwak moment zei ik dat het wel goed was. We hadden toch handschoenen aan. Alsof hij zojuist levenslang dagelijks ijs had gewonnen, zo blij was hij. De mol werd zonder gruwelen van zijn kant (wel met afschuw van de mijne) opgepakt. En toen deed hij iets wat op mijn net- en trommelvlies gebrand staat nu: Hij rook er aan! Met de woorden “oooh heerlijk! Hij ruikt als de uilenbal”. Het was de mooiste dag van zijn leven. Ik ben die dag nog 3 keer geschrokken toen ik mijn fietstas open deed: want ik was steeds vergeten dat het lijk er nog in zat. Snel klapte ik mijn fietstas weer dicht. Maar wie “A” zegt moet het alfabet afmaken dus die mol moest gewoon een plaats krijgen in de bottenverzameling.

Het is het lot van een biologen-in-de-dop-moeder. Ook dat je thuis constateert dat de mol nog iets te veel ruikt en toch nog niet helemaal klaar is voor ontleding door je Minifreek. Dus je moffelt hem liefdevol onder een struikje weg om hem nog wat verder te laten ontbinden. Je kunt hem niet alsnog in de kliko gooien. Want je weet dat de dag komt dat het beest, het liefst op jouw keukentafel, onder het mes of de pincet moet. En dat in de dierenwikipedia staat dat de laatste plaats waar hij gezien is, toch echt jouw fietstas was.

Ingrid Koppelaar


Advertentie:

Advertenties:

3 reacties


Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reageren:
Naam:
Email *
Website