De rijke geschiedenis van Leidsche Rijn

12 maart 2017 17:25  Redactie  1 reactie

Tijdens de bouw van de wijk Leidsche Rijn worden aan de lopende band archeologische opgravingen gedaan. Voordat de bouw van deze Vinexwijk twintig jaar geleden begon, hadden archeologen nooit verwacht dat hier zoveel sporen uit de Romeinse tijd en vooral de vroege middeleeuwen te vinden zouden zijn. Langs de Rijn staat elke kilometer wel een nederzetting uit die periode. Ook zijn er veel boten, boerderijen, dorpen opgegraven en zijn er grote hoeveelheden munten gevonden. Volgens Archeoloog Herre Wynia heeft de streek waar nu Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern liggen, een rijke geschiedenis die te danken is aan de Rijn. Hij gaf hier donderdagavond een lezing over in ’t Wapen van lezi in Haarzuilens.

Wanneer de bloeiende periode van de Romeinen in de vijfde eeuw voorbij is, en de duistere middeleeuwen in Nederland aanbreken, gebeurt er in het jaar 500 gebeurt iets opmerkelijks. De Rijn, die in die tijd zo goed als verland is, overstroomt dat jaar hevig. De enorme overstroming beukt door alles heen en de Rijn krijgt een compleet nieuwe loop. Helemaal vanuit Utrecht tot het westen van Leidsche Rijn vormt de rivier een nieuwe bedding.

‘Dit is heel bijzonder, dit gebeurt zelden’ vertelt Herre Wynia. ’Toen de rivier zijn weg had gebaand, werden overal op de oever dorpen en boerderijen gebouwd. De rivier functioneerde duidelijk als levensader.’

Eén nederzetting uit de vroege middeleeuwen is opgegraven voor het bouwen van de tunnel onder de A2. Het begon met een onderzoekje van een paar weken maar uiteindelijk hebben Wynia en collega’s acht maanden lang met drie teams gegraven. Deze nederzetting bleek een stuk groter dan de andere nederzettingen, het is de grootste opgraving van heel Leidsche rijn. Een enorm gebied is uitgekamd en telkens werden nieuwe delen van de oude nederzetting ontdekt. Deze nederzetting bevatte een constructie die nog niet eerder was gevonden. De constructie stond op hoge palen die wel twee meter de grond in geslagen zijn. Het gebouw was groot en erg stevig, vergeleken met andere gebouwen. Met behulp van bouwhistorici, timmermannen en archeologen kwamen ze uiteindelijk tot de conclusie dat het opslagplaatsen moesten zijn geweest van waardevolle producten, die de mensen wilden beschermen tegen het water. ‘Waarschijnlijk waren dat granen geweest en andere handelsgewassen.’ Vertelt hij. Wynia vraagt zich af waarom de woonhuizen wel gewoon op de grond staan in plaats van veilig op hoge palen. Blijkbaar vonden de mensen hun handelswaar belangrijker dan hun woonplaats.

De opgegraven boerderijen en woningen zijn allemaal gebouwd van natuurlijke materialen: houten palen, wanden van met leem ingesmeerd takkenvlechtwerk, rieten daken. Vrijwel alles daarvan is weggerot, maar Wynia vertelt hoe hij uit afdrukken in de grond de indeling en ingangen kon reconstrueren. Opvallend is dat de gevonden boerderijen van een Friese bouwstijl zijn, die vooral langs de kust is gevonden. Blijkbaar hadden zich Friezen in dit gebied gevestigd en was er contact met de kust.

Dat er contact was met kustbewoners blijkt ook uit de vele oude schepen die langs de Rijn zijn ontdekt. De opgegraven schepen worden genoemd naar de gemeente waar ze gevonden zijn. Zo zijn er intussen de De Meern 1 t/m 7 en de Vleuten 1 en 2. De Vleuten 1, vertelt Wynia, dateert uit het jaar 750. Toen Wynia het schip onderzocht, deed hij een geweldige vondst: een emmertje met een tuitje. Opvallend was dat het tuitje gewoon een uitstekende tak is, waar doorheen is geboord, zodat het een tuit vormt. Een paar meter verderop ligt nog een schip onder de grond; de Vleuten 2. Deze dateert uit 950. Zulke schepen die zijn opgegraven langs de Rijn bewijzen dat de streek rond Leidsche Rijn toen bloeiende periode doormaakte. Via de Rijn werd met deze schepen flink gehandeld met de landen aan de Noordzee grensden.

Een andere opvallende vondst tijdens opgravingen vindt Wynia de vele zijn munten. Gouden munten en zilveren munten. De gouden munten dateren uit de zevende eeuw en de zilveren uit de achtste eeuw. Ook deze vondsten bewijzen de sterke handelspositie op deze plek.

Hoewel de middeleeuwen bekend staan als de duistere periode tussen de welvarende Romeinse tijd en de Renaissance, waren ze voor het gebied waarin nu Leidsche rijn, De Meern en Vleuten liggen juist een periode vol handel en welvaart. ‘Helemaal niks dark ages’, zegt Wynia, ‘helemaal niks geheimzinnig, donker en duister. Het was hier heel vitaal en rijk in de vroege middeleeuwen. Leidsche Rijn stond in volle bloei.’

Geschreven door Varja Dijksterhuis, Hogeschool Utrecht

NIEUWSBRIEF

Wekelijks het nieuws en/of de uitagenda mail ontvangen? Geef dan hieronder je e-mailadres op.

Advertenties:

NIEUWSBRIEF

Wekelijks het nieuws en/of de uitagenda mail ontvangen? Geef dan hieronder je e-mailadres op.

1 reactie


Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reageren:
Naam:
Email *
Website