Insectentoilet | Foto: Hans Peter van Rietschoten
 Insectentoilet | Foto: Hans Peter van Rietschoten

Insectentoilet

30 mei 2020 22:22  Redactie  Reageer

Ik kom ze tegen in het park, een jongetje met zijn moeder. Ze staan stil bij het insectenhotel dat we hebben neergezet en de aandacht trekt van het ventje. In korte broek gestoken en een fel shirt met schreeuwende letters die ik niet kan ontcijferen.
Het weer is ernaar, de blanke benen van het kind zullen door de zorgzame moeder vast goed zijn ingesmeerd met iets dat hem tegen de zon beschermd en hopelijk ook de insecten op een afstand houdt.

Natuurlijk valt hem op dat er druk wordt gevlogen op het bouwwerk dat is samengesteld uit allerlei materiaal waarin holtes en gangetjes zitten die de insecten als kraamkamer inrichten. Wie er oog voor heeft ziet dat naast de talloze open gaatjes er veel niet meer toegankelijk zijn. Ze lijken dichtgemetseld en dat is precies wat is gebeurd. Achter het deurtje zit een insect in wording dat zich met de tijd er een weg door naar buiten eet.

De kleuter kan zijn ogen niet geloven dat het er zo druk is met een komen en gaan van vliegende beesten die hij niet eens allemaal bij naam kent. Dat een wesp geen vlieg is met een pyjama aan dat weet hij heus wel en dat bijen in grote kasten leven, heeft hij wel eens gehoord. “Hé wacht eens, is dit zo’n kast waarin duizenden bijen zich tegoed doen aan honing en waarvan soms iets in een potje terecht komt dat hij weleens in de winkel heeft gezien?” Een potje honing waarmee zijn oma misschien haar thee zoet, omdat het beter en lekkerder schijnt te zijn dan suiker dat in vierkantje blokjes in een bakje bij haar op tafel staat. Het is leuk om met die blokjes een huisje te bouwen, vindt het jongetje, al is het alleen al voor de bijen die zo dol op zoetigheid zijn.

En nu staat hij in het Máximapark oog in oog met een kast waar van alles in lijkt te gebeuren, maar niet enkel voor bijen is bestemd.

Zijn moeder herkent de vragende blik van haar zoon en verduidelijkt dat een dergelijk bouwwerk ook wel ‘insectenhotel’ wordt genoemd. Het is bedoeld om al die vliegende beesten een veilige plek te geven om hun jongen groot te brengen. Het hele verhaal hoort het mannetje met belangstelling aan, maar het begrip ‘insectenhotel’ is niet lang blijven hangen. Ik hoor het hem vragen wanneer ik op gepaste afstand voorbijloop: “Mamma waarom moeten ze naar een insectentoilet?” Het is aandoenlijk en amusant tegelijk. Een insectentoilet. De moeder put zich uit om met veel omhaal van woorden uit te leggen dat het hotél is en niet toilet. Ach, in ieder hotel is voor de gasten een toilet. Ik neem het hem niet kwalijk, maar blijf eraan denken. Ook bij het tweede insectentoilet dat ik tegenkom denk ik aan het jongetje. Als de insecten in het hotel me zouden gadeslaan zien ze een volwassen man met een groene pet op zijn wat grijzende korte kapsel, zich op zijn knieën slaan om iets dat zij niet hebben gehoord.

Geschreven door: Hans Peter van Rietschoten



Advertenties:


Nog geen reacties


Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reageren:
Naam:
Email *
Website